Leedroof

Soms doet een woord pijn. Zo kreeg ik onlangs een steek van ‘leedroof’. Deze term werd in 2011 gebruikt door rabbijn Raphael Evers. Hij beklaagde zich erover dat anderen het waagden hun verdriet te vergelijken met dat van Joden over de zogeheten Holocaust. Elk jaar doen zich weer incidenten voor waarbij zelfbenoemde vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap het monopolie op dodenherdenking opeisen. Dit jaar hadden we het voorval in Vorden. Daar wilde het gemeentebestuur ook langs de Duitse oorlogsgraven lopen. Dat mocht niet van Federatief Joods Nederland. De naam suggereert heel wat, maar in feite is het een tweemansbedrijf van pa en zoon Loonstein. Niettemin liet de bestuursrechter zich intimideren en verbood Vorden een ommetje langs Duitse soldatengraven te maken.

Die Loonsteins zijn een merkwaardig koppel: in NRC Handelsblad van 13 juli verklaarde Loonstein senior dat hij als besnijder 1.500 gedroogde voorhuidjes had verzameld. Hij wenste met deze trofeeën van kindermishandeling begraven te worden.

Telkens weer zien we dat critici van Israël de mond wordt gesnoerd met een beroep op het unieke lijden dat Joden in de Tweede Wereldoorlog hebben ondervonden. Hoe anders klinkt ‘Een Ander Joods Geluid’: juist omdat wij Joden weten wat lijden is, zou wij het de Palestijnen moeten besparen. Maar Israël gaat ongestraft door met het schenden van het internationale recht: etnische zuivering, landroof, waterdiefstal, illegale atoomwapens (die Iran niet mag hebben!), moord van staatswege. De reeks wandaden werd onlangs aangevuld met berichten van Israëlische militairen over foltering van Palestijnse kinderen.

Mij is het inmiddels onmogelijk een herdenking van de Jodenvervolging bij te wonen waarbij ook de vlag van Israël wappert. Ook heb ik een gruwelijke hekel aan het woord Holocaust, zeker als het op zijn vet Amerikaans als ‘hollokost’ wordt uitgesproken. Holokaustos is Grieks voor ‘geheel verbrand’. Zo werd een offer aangeduid waarbij het offerdier helemaal door vlammen werd verteerd. Dat was een zeldzaam ritueel, want Grieken waren wel goed, maar niet gek: bij offers verbrandden ze normaal alleen wat vet en botten, want de goden waren tevreden met de walmende vetdamp. De karbonades en biefstukken verorberden de mensen zelf, in het prettige besef zo de goden te dienen. Alleen in extreme nood werden wel complete offerdieren aan de vlammen prijsgegeven.

‘Holocaust’ impliceert dus dat het om een uniek offer gaat; het zou beloond zijn door de stichting van de staat Israël. Daarom worden ook in alle grote steden van de Verenigde Staten Holocaustmusea gesticht: gruwelijke foto’s moeten de Joodse Amerikanen, die doorgaans geen familie-ervaringen met de Shoah hebben, tot onvoorwaardelijke steun aan Israël brengen. De Joodse Amerikaan Norman Finkelstein, wiens ouders respectievelijk Auschwitz en Majdanek overleefden, heeft daarover in 2000 een onthullend boek gepubliceerd: ‘De Holocaust-industrie’.

 

© Gelderlander 2014, op dit artikel rust copyright

24 reacties op “Leedroof

  1. Ik weet niet of ik bij het lezen van dit stukje meer geschokt werd door de akelige antisemitische onder- en boventoon of door des schrijvers grenzeloze historische naïviteit.

    • De schrijver geeft op geen enkele wijze blijk van enig antisemitisme. Hij heeft problemen met de het beleid van de Israëlische regering tegnover de Palestijnen; hij heeft problemen met het gebruik van het verleden voor doeleinden in het heden. Kritiek op Israël afdoen met antisemitisme is wat kort door de bocht. Daarmee krijg je altijd ene door het verleden vertroebelde discussie. Moeten we niet willen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>